Halsbandleguaan

De Halsbandleguaan

HET GEDRAG.
De halsbandleguaan stond vroeger niet in de lijst van favorieten dieren tegenwoordig is het een van de favoriete omdat ze niet zo groot worden en er werd veel negatief gezegt en geschreven.
Ze waren schuw en bijterig zijn en moeilijk tam te maken zijn.maar ik zeg het er is niks van waar als je er tijd investeert zijn ze tam te maken.ze hebben een eigen karakter zoals elk dier maar das het leuke bij dieren juist.ze zijn heel actief ze kunnen de hele dag heen en weer gaan of lekkere luiren onder de warmte lamp.ze kunnen als je de bak schoon maak op je arm klimmen maar anders tijden doen ze niks zijn te moe.als ze in het oog hebben zetten ze hun hoofd schuin.
Ze zijn verzot op aandacht en ze vinden het fijn zls je onder kin een beetje wrijft.je kan ze van jons af aan leren om in de kamer te lopen later vinden ze dit prachtig.
Maar op een gladde vloer is het niet aan te raden krijgen ze stres van.
Door hun activiteit en kunstige capriolen brengen ze veel leven in de bak. Het beste is dan ook om ze een ruime bak te geven met veel mogelijkheden. Hierdoor kunnen ze soms sprongen maken die soms gerust de hele bak doorkruist. Behalve hun snelle bewegingen kunnen ze daarin tegen ook zeer prominent en stil op een steen zitten. Zo lijkt het soms meer op een stilleven.
Verzorging in het algemeen.
Hier staan een aantal algemene punten over de verzorging..
Zoals je hierboven kunt lezen, halsbandleguanen zijn dol op groepgezelschap. Zoals jullie al weten mannen kunnen niet samen leven(zeker niet als ze volwassen zijn). Probeer eens 2 of meerderen bij het mannetje zetten, dat zal geen enkel problemen kunnen oplopen. De vrouwen zullen niet te veel last hebben door de man tijdens het paren.
Het terrarium word gebouwd als steppeterrarium, wat betekend dat nu? Heel terrarium is droog en goed verlicht. Daarin een harde kiezelbodem en een potje zand. Halsbandleguaan willen graag klimmen en hun verschuilen. In de natuur is de nacht kouder en vochtig sproei s'morgens de terrarium zodat ze kunnen drinken en verkoeld zijn, dan kunnen ze goed vervellen.
Het schoonmaken van de bak is niet veel werk. Je kuist de ontlasting en de urine zonder problemen op te rapen. Ze zijn nadien toch hard geworden, dan is het gemakkelijker voor u. Na een dag zijn ze droog en kunnen zo makkelijk opgeraapt worden. Dit moet je regelmatig gedaan worden. En je moet maar 2 a 3 keren per seizoen de bak helemaal grondig poetsen en de stenen vervangen ook.
De dieren hebben geregeld veel aandacht nodig, ze hebben niet graag als je ze oppakt, laat ze daarom op u hand kruipen, dat hebben ze wel graag. Ze vinden dit een ontspannend gevoel en hoe meer je dat doet hoe geruster ze worden.
Volwassen halsbandleguaan hebben graag winterslaap, maar daar moet je elke dag naar kijken of ze overleven of niet.
Het terrarium:
Een halsbandleguaan heeft voldoende ruimte nodig, ze zien er klein uit, maar ze zijn erg actief dus hebben ze minstens dit nodig: 100x50x50cm. Hoe meer je erin zet hoe groter je terrarium word voor een trio of kwartet zal een bak van 120x60x60 zeker wenselijk zijn. In de terrarium moet je opzij ventilatie voorzien.
Inrichting:
Bodembedekking: een keien bodem van 5 a 7mm is groot genoeg met een bakje die je bij de chinees kunt krijgen die vul je met zand en zet je daarin. De achterwanden waar ze op kunnen klimmen en een goed uitkijkje voor de dieren. De achterwand moet je bekleden met materiaal dat tegen een stootje kan, zoals: cement,sierpleister, leisteen, flagstones of hardgips. Vaak worden de bakken (vooral glazen) met piepschuim en sierpleister afgewerkt. Door met piepschuimblokken kun je veel creatie maken zoals rotsen, grotten, …
Kurken wanden raden we sterk af, ze zijn zo duur en de halsbandleguanen maken die zo kapot samen met de krekels.
Temperatuur (en verlichting)
In de bak moet goed verlicht zijn en een gezellige temperatuur hebben. Natuur vinden deze dieren het belangrijk. Laat ze lekker genieten van een temperatuur van ongeveer 35 graden onder het lampje. Natuurlijk hebben ze ook schaduwplekken en die moeten ongeveer 28 graden. s'Nachts mag het gerust afkoelen tot 15 graden. Wat ik jullie niet aanraden is warmte stenen of matjes voor overdag of s'nacht.
Verlichting en UVB
Zoals jullie al weten dat halsbandleguaan een steppen/woestijndieren. Dus dat betekend ze hebben veel licht nodig. Een goede TL-lamp word u bak goed verlicht. 1spotje is wel genoeg en 1 UVb lamp voorzien. Een uvb-lamp mag je nooit vergeten, ze geven u diertjes genoeg vitamine d3, dat zorgt er voor de goede voedingsstoffen worden opgenomen. Dit geldt zeker voor het calcium. Het is een goede voedselvertering dan laten ze ook sporen achter, is zeer goed voor het paringsproces. Voor de halsbandleguanen moet je toch 12 uurtjes de lampen branden en zeker in de hoogseizoen. Het geeft net een effect van zonsopgang en zonsondergang met licht aan en uit!!
Het beste uvb-lamp is van zoomet die genaamd zijn powersun 160 watt lampen gaan ook voor een aantal jaren meegaan.Dit ivm de te kleine afstand in mijn bakken. Voor bakken die groot genoeg zijn en met een hoogte vanaf 80 cm is het wel te overwegen om deze lamp te nemen. Het is dus per sittuatie verschillend, en zeker belangrijk om in de gaten te houden of de dieren er zich goed bij voelen.
Voeding
Halsbandenleguanen zijn echte rovers. In de natuur eten ze voornamelijk insecten, kleine muisjes en zelfs andere kleine hagedissen. Fruit kun je ze ook geven, maar ze zijn er niet dol op.
Krekels zijn bij mij het hoofdvoedsel, ze zijn er dol op!!!
Wat kan je ze voeren: krekels, sprinkhanen, wasmotlarven, dolalarven, buffalowormen en eventueel muisjes.
Krekels: per dier ongeveer 4 krekels per dag. Het formaat van de krekel moet wel naar verhouding van het dier zijn. Volwassen dieren mogen dus grote krekels. Aanradertje geeft ze steppenkrekels is veel vriendelijker dan de andere krekels!
Sprinkhanen: kleine hagendissen geef je best een formaatje gemiddeld en de grote kun je max.2 grote sprinkhanen geven.
Wasmotlarven: zien ze als een lekkernij. Maar geeft er 1tje per dier is goed genoeg, de mageren worden dn goed dik van. Maar geeft voor de allerkleinste dat niet, ze kunnen daar verstopping of verstikking van krijgen.
Dolalarven: Deze zijn veel gezonder dan de wasmotlarven. Maar de larve zelf zijn harde bijters, dus oppassen ermee!!!
Buffalo-, meel- en moriowormen(van klein naar groot): Zeer makkelijk en lekker voedsel. Ze hebben echter een aantal grote nadelen; Zodra deze larven levend worden doorgeslikt kunnen ze enorme schade in de ingewanden of de bek veroorzaken !! Of ze kunnen moeilijker verteren!!!
Muisjes(nest): Laat de muisjes maar paardagen oud zijn, niet ieder halsbandleguaan is er dol op. Geef ze ook tijdens hoogseizoen!!!
Miner-all
Miner-all is poeder die zeer goed werkt. Miner-all indoor (gele deksel) bevat ook vitamine D3. Dit bevordert het opnemen van de voedingsstoffen door het bloed. Door gebrek aan UVB wordt dit door het lichaam zelf niet aangemaakt. (Zelfs met behulp van de meeste UVB lampen, word het nodige D3-gehalte niet bereikt). Wanneer ze de D3 binnen krijgen, wordt de rest van het voedsel beter opgenomen ! In Miner-all zitten ook veel belangrijke mineralen en kalken wat weer belangrijk is voor de ei-leg en botgroei.
Al jaren lang is Miner-All het toonaangevende product om reptielen en amfibieën te voorzien van mineralen. Het is echter niet mogelijk om mineralen, vitaminen en aminozuren te mengen omdat hierdoor de vitaminen uiteindelijk zullen afbreken. Het was voorheen dus nodig om de dieren op een andere manier van vitaminen te voorzien. De reeds bestaande producten hiervoor voldeden echter niet aan de juiste eisen. Vaak bevat het toxische hoeveelheden vitamine A of hiervoor werd Bèta caroteen in de plaats gebruikt. De laatste lost echter op als het in aanraking komt met lucht en als Bèta caroteen verpakt wordt in een minuscule capsule om het afbreken te voorkomen wordt het zo groot dat het niet op de voedseldieren blijft plakken. Er werd dus al snel of te veel of te weinig vitamine A of bèta caroteen gegeven. Combineer vitamine en calcium niet tegelijk er tijd, 5dagen mag je ze geven.
Vitamine:
Je kunt elke dag een potje met 4 druppels terravit fluit geven en 2dagen poeder vorm voor op de krekels of sla te gooien(vit-all).
Nutribirt A19
Zijn voor diertjes die niet willen eten. Je pakt een potje doe een beetje nutribirt erin en een beetje water. Dat je pap krijgt, die doe je in de spuit en zo geef je ze eten, bij kleintjes 1 OF 2 druppels volwassen 2ml per 2xper dag.
Winterslaap
Om de vraag van velen te beantwoorden:
Halsbandleguanen hebben zondermeer de winterslaap nodig!!! Ook als je er niet mee wil kweken. Jonge dieren kan je evt. wat later (en korter) in winterslaap leggen. Maar ook deze hebben de winterslaap zeer zeker nodig. Je bent er niet voor verplicht. Bij deze dieren zit het al vanaf de geboorte in hun instinct en bioritme. Dit moeten we niet vergeten. De winterslaap is niet alleen voor een goede resultaat met het kweken, maar ook het gedrag, verplichtconditie en gezondheid is hiermee van invloed.
Wanneer je de winterslaap gaat doen, zorgt dat u dier tip top inorde en gezond is, anders moet je dat best niet doen. De winterslaap duurt ongeveer 1,5 a 3 maanden.
Als je dat doet let elke dag op u dieren of ze nog leven, kan zijn dat u dieren niet te lang tegen kunnen.
De voorbereiding:
Om ze op de winterslaap voor te bereiden moet je toch een maand op voorrand werken. Want je moet u lampen stilletjes aan afbouwen, je komt van 12uren en je moet naar 6 uren geraken. Eerste week 1uur verminderen en dan om de week 2 uren verminderen.
In de laatste 1,5 week géén voer meer te geven. Zo kunnen ze hun darmen "schoonspoelen". Dit is belangrijk, omdat halfverteerd voedsel in de darmen kan gaan rotten tijdens de winterslaap.
De temperatuur:
De temperatuur tijdens de winterslaap behoort zo'n 7 a 8 graden te zijn. Het is beter om de temperatuur tijdens het overzetten vanuit het terrarium naar de slaapplaats iets hoger te houden en daarna te laten afzakken tot de 8 graden.
Het mag niet onder de 5 graden komen ivm hogere kans op bloedstolling. Zodra de temperatuur te lang boven de 12 graden komt, is de kans groot dat de dieren niet goed slapen en zelfs te actief worden. Al lijkt dat "actief" dan niet zo veel, moeten we niet vergeten dat er juist dan extra energie van het dier gevergd wordt. Hierdoor kunnen de dieren te snel uitdrogen en uithongeren.
Luchtvochtigheid:
Zorgt ervoor dat er luchtvochtigheid van ongeveer 65-75% er is of je zet een drinkbakje voor ze, dat is even goed.
Na de winterslaap:
Voor het uit de winterslaap laten komen moet je de temperatuur verhogen tot c.a 15 graden. Dit hoeft meestal maar 2 dagen. Laat ze eerst nog 2 dagen op kamertemperatuur met 6 uur licht p/dag en niet een al te warmte lamp. Daarna kan je al wat meer warmte gaan inbrengen. Vanaf de 2e week kan je de temperatuur weer verhogen en de schakeltijden opbouwen. Doe dit met iets grotere stappen dan het afbouwen zodat de spijsvertering snel op gang kan komen. Ergens in de 2e maand kan je de laatste verhoging toepassen. Zo zijn ze dan weer volop in de zomerperiode.
TIP: Zorg na de winterslaap voor voldoende water via een drinkbakje en/of een pipet. Ze zijn vaak erg dorstig en uitgedroogd na zo'n lange periode . Het kan zijn dat sommige toch weer een plekje opzoeken om verder te slapen. Meestal werkt het dan goed dat je ze zelf af en toe onder de warmtespot zet. Om de dieren sneller hun vetreserve te laten aanvullen kan je wat extra wasmotten voeren. Vergeet vooral niet de voedingssupplementen
Geslachtsonderscheid
Het verschil tussen man en vrouw, is vanaf dat ze half volwassen zijn niet moeilijk te onderscheiden. Ook bij jonge dieren is het al vaak snel te zien.
Jammer genoeg is het bij de baileyi- en bicinctorus soorten wat moeilijker te zien wanneer deze nog jong zijn. In de eerste weken is het dan het beste te zien met een vergrootglas. Hierbij moet dan echt gelet worden op de grote van de schubben onder de cloa.

Het mannetje heeft een grotere geslachtsopening(cloa), Met daaronder wat grotere schubben. Aan de achterpoten heeft het mannetje sporen terug te vinden(bij jongere dieren kunnen ze dat nog niet hebben. De bouw bij een mannetje is meestal grover en breder en zeker vooral de kaken zijn breder. Bij halfwas dieren kan je al duidelijk de hemipenissen zien zitten. 2 verdikkingen.

Een vrouwtje heeft een mooie gladdere cloa, ook de schubben onder de cloa zijn veel kleiner. Maar onder de cloa kun je aan de weerzijde donkere stippen terug vinden.
De paring:
Als alle dieren een goede winterslaap hebben gehad, dan zullen de halsleguanen wel zin hebben om te paren. Na een aantal weken beginnen de vrouwtjes oranje vlekken te krijgen. Hiermee geven ze aan dat ze paringsbereid zijn. De oranje vlekken houden ze vaak tot na de laatste eileg. Ook de mannetjes zie je vaak met hun kop knikken en hun baard(keelzak) wordt meestal wat groter. Zodra ze beginnen te doen zullen de mannetjes proberen de vrouwtjes te dwingen om te paren. Dit gaat gepaard met nekbijten om zo niet van het vrouwtje los te raken. Wanneer een vrouwtje het toelaat zal deze uiteindelijk haar staart iets omhoog houden, zodat de man zijn staart eromheen krult en met één van zijn hemipenis haar bevrucht. Vrouwtjes die niet willen, zullen er alles aan doen om het mannetje weg te krijgen. Stampvoetend en op hoge poten en soms ook met haar poten duwend zal ze dat laten blijken.
Het leggen en oprapen:
Wanneer het vrouwtje orangje vlekken ziet tevoorschijnen. Dan Moet ze 4 weken haar eieren dragen, na die 4weken kan ze eindelijk haar eieren afleggen. Als het vrouwtjes niet wilt eten de laatste week, dat is erg normaal!!!
Een vrouwtje kan 2-3 legsels per jaar krijgen met soms uitschieters van 4 of 5 legsels. Het gemiddelde aantal eieren ligt rond de 8 stuks per legsel. De periode tussen de legsel kan variëren, maar is vaak niet korter dan 28 dagen. Je kan dus al uitrekenen wanneer u de volgende legsel kan verwachten.
Meestal zet ik 2,5 week nadat het (eerste) vrouwtje oranje vlekken heeft gekregen, een legbak in het terrarium. Zo hebben de vrouwtjes de tijd om het te ontdekken en als ideale legplek te gaan beschouwen. Het is immers de enige vochtige plek in het terrarium. De legbak bestaat uit een stevige bak (formaat bamibak). Op deze bak heb ik een deksel met in een hoek een rond gat van ongeveer 5 cm. In de legbak heb ik vermiculiet gemengd met een beetje fijn zand. Dit heb ik wat vochtig gemaakt. Deze legbak heb ik in een hoek staan, waar het ongeveer 28 graden is. Deze legbak verschoon ik geregeld om zo beschimmeling of vieze luchtjes te voorkomen. Vaak kruipen er ook krekels in of poepen de dieren er ook in.
Wanneer een legbak te erg stinkt,te droog of te nat is, is de kans groot dat een zwanger vrouwtje dit niet meer als ideale legplaats beschouwt. Legnood of het leggen van de eieren door het terrarium heen, is vaak het gevolg wanneer je het niet tijdig door hebt.
Het komt voor dat vrouwtjes de eieren om soms onverklaarbare redenen weer absorberen/ opnemen in het lichaam. De eieren waren dus al duidelijk zichtbaar aan de zijkanten van het lijf, maar worden nooit gelegd.
De eieren haal ik na een paar uur weg. Deze leg ik in een broedbakje met vermiculiet. Let op .... Wanneer de eieren die al wat langer liggen, mogen niet omgedraaid worden. Het embryo zal daardoor kunnen verdrinken. Als je twijfelt, leg ze dan in dezelfde positie in de broedbakje zoals je ze hebt "opgeraapt". Met een theelepel is dit goed te doen.
Het vermiculiet maak ik op deze wijze klaar 100 vermiculiet en 80 water op een weegschaal.
Zo maak ik het halfvol, aan het bakje opzij zitten gaatjes, zodat er geen condensdruppels via de deksel binnen kan komen.
Uitbroeden en uitkomen:
Het uitbroeden doe ik via een broedstoof. Hou de broedstoof altijd in het oog, er kan altijd mislopen. Bv. Te drogen broodstoof of de temperatuur blijft altijd veranderen, enz. Je mag niet te vaak het bakje opendoen, kan zijn dat de eieren verdrogen of slecht worden. Als het te droog word spuit er beetje in elk hoek wat water, maar ook niet te veel. De eieren kunnen van een temperatuur 28,5-30 graden verdragen, dit duurt ongeveer 50 a 60 dagen voordat de eieren uitkomen. Speelt nooit met u temperatuur dit kan heel slecht aflopen!!!!
Zodra de jongen zijn uitgekomen, zijn ze heel fel en agressief voor hun formaat. Ze gaan zodra je ze wilt pakken, gaan ze gelijk blazen en bijten desnoods in je vinger. Het zijn echt beestjes met pit maar natuurlijk is dit alleen maar uit verdediging. Zet ze niet te snel na het uitkomen in de opfokbak, maar laat ze eerst even een paar uurtjes op adem


Visit us on Netlog!